Op de grenslijn van onze tuin bouwen we vaak een schutting om ons terrein of tuin af te bakenen. Nederland is dan ook echt een schuttingland. Privacy is een groot goed in ons leven. We bedekken de tussenwand vaak met klimplanten, zoals de klimop of de kamperfoelie. Als je romantisch bent de Clematis in combinatie met leirozen. Dit is een vorm van verticaal tuinieren om een schutting te bekleden.

Een andere manier van verticaal tuinieren is een gehele muur vullen met planten. Ooit in Frankrijk ontstaan. Ik dank wederom een tuinkunstenaar of botanicus. Patrick Blanc. Je ziet ze ook steeds meer in hotels en in winkels en er zijn zelfs kantoren omgebouwd naar een binnentuin. Het is het creëren van je eigen hof. Ik hoef u niet uit leggen dat planten onze gemoedsrust versterken.

En natuurlijk springt de Nederlandse tuinkunst hierop in. Dit is zo kenmerkend aan Nederland. We zijn nog maar net bekomen van de vierkante metertuin pakketjes en nu een bouwpakketje van metaal of een stellage van hout. Het verticaal tuinieren is een uitkomst voor de balkonier/ster of de kleine achtertuin. Het neemt niet zoveel ruimten in beslag. En dat is vaak een probleem met balkons. Hij is altijd te klein om languit te zitten. Zeker als je lange benen hebt en een voetmaat 46.

In deze blog ga ik een stap verder. Waarom gebruik je in een verticale wand alleen maar sierplanten. Je kan er ook een combi maken van groenten en kruiden. Er zijn natuurlijk ook genoeg eetbare bloemen. Je kan timmeren met houten pallets, maar het gegeven dat grond in aanraking met hout niet zo duurzaam is, kun je beter met tegels of betonblokken stapelen. Je kan het steviger maken met cement. Zorg er wel voor dat het trapsgewijs gaat lopen. Boven smaller dan beneden. Een kangoeroemodel met vele buidels. Een beetje sawa in je balkon.

Oost-Indische kers

Ik geef u nu advies over de planten. Maar het is natuurlijk aan jezelf om je lievelingsplanten te gebruiken.
Bovenin kruiden zoals bieslook, basilicum en peterselie en Oost-Indische kers. Daaronder wat meer kruiden die elkaar aan kunnen. Nooit selderie en peterselie bij elkaar planten. Selderie houdt van natte voeten en peterselie is, zoals wij hem noemen, een droogkloot. De tweede laag kan met selderie en munt en citroenmelisse.

Daaronder opkweek van snelle groenten. Veldsla met radijsjes of raapsteeltjes. Deze kan je later zaaien met bonensoorten. Het voordeel van deze vlinderbloemigen is dat ze ook stikstof geven aan de grond. Je ziet ook aan de wortels de wortelknobbel bacterie als kleine witte bolletjes.

De laatste kom is breder en kan eventueel bij een natte plek gevuld worden met rabarber of Nieuw-Zeelandse spinazie.
Als omlijsting klimbonen of een pompoen.

Ik ben benieuwd wanneer de eerste wordt aangelegd. Je mag mij dan eventueel een foto mailen naar info@dubbelgroen.com.