Rooflife

‘Schonere lucht, minder stress: we hebben groen nodig om lekker te leven.’ Tessa, Wouter en Suze realiseren zich dat niet alleen, maar doen er ook wat aan. Hun doel: het groen dat door bebouwing op de grond verdwijnt, vervangen door groen op daken. Het vliegende begin is er.

WIE Tessa Florence Duste (26) van Rooflife
OPLEIDING Industrieel Ontwerpen, TU Delft
DROOM (werk): ‘Dat we met Rooflife ook internationaal mooie grote projecten kunnen gaan doen. We willen graag wereldwijd onze kennis van groene daken delen en uitbreiden.’
DROOM (persoonlijk): ‘Dat ik ook zelf een heel mooie, zelf ontworpen daktuin kan hebben.’
GROEN IN HUIS ‘Ik heb wel planten, maar niks om over op te scheppen. Van de week zag ik op de markt een grote bananenboom. Ik denk dat ik die vandaag of morgen maar eens ga kopen om thuis neer te zetten.’
INSPIRATIE ‘Ik haal mijn inspiratie uit heel veel dingen, uit kunst en uit de natuur, maar vooral uit het contact met andere creatieve ondernemers.’

 

‘Twee jaar geleden zijn we met Rooflife begonnen. We zijn met z’n vijven: een dakdekker, architect, tuinontwerper, een hovenier en ik, industrieel ontwerper. Samen bestrijken we een breed terrein: we kunnen alles voor een groen dak leveren, van de eerste schets via de uitvoering en het onderhoud tot uiteindelijk eventueel de recycling van het dak aan toe.

Ons doel is het groen dat door steeds verdere bebouwing op de grond verdwijnt, vervangen door groen op daken. Liefst op een manier waarop er ook nog wat water wordt opgevangen. Door de klimaatverandering gaat het vaker hard regenen en door een deel van dat water op te vangen, ontlast je de riolering. Dat water kun je dan bovendien voor andere doeleinden kunt gebruiken, bijvoorbeeld voor het grijswatercircuit. Op die manier blijft de stad een leefbare omgeving. Een dak is meer dan alleen maar een dak.


Als industrieel ontwerper ben je altijd bezig met het creëren van de toekomst. Je moet nadenken over hoe jij wilt dat de wereld eruit komt te zien. Ik ben geïnteresseerd in duurzaamheid en daarbij kom ik uit een gezin waarin veel aan tuinieren wordt gedaan. Mijn oma en mijn moeder hebben allebei groene vingers en daarvan krijg je als kind vanzelf iets mee. In mijn werk voor Rooflife komt voor mij veel samen: het is zowel technisch als creatief. Je moet iets bedenken dat er nog niet is en oplossingen verzinnen. Dat vind ik leuk.

Bij het aanleggen van een daktuin moet je op het gewicht letten, zeker bij oudere panden. Bij nieuwbouw kan haast alles, bij renovatieprojecten zal je het dak soms eerst moeten verstevigen. Natuurlijk moet je ook nadenken over het soort groen dat je aanlegt. Op dit moment zijn we betrokken bij de ontwikkeling van een groot duurzaam gebouw dat een waterbufferende functie op het dak krijgt. Op alle dertien etages komen op de terrassen grote bakken te staan, waarin we bomen willen plaatsen met daaromheen vaste planten. De bomen komen deels in de schaduw te staan en zullen veel wind vangen, dus ze mogen niet te groot worden. Ook mogen geen bessen dragen, want anders komen er vlekken op het terras. Zo zijn er ontzettend veel randvoorwaarden, waarover wij ons hoofd kunnen breken. Heerlijk!

 



Niet lang geleden was één van onze daktuinen af. Een project waaraan we lang hadden gewerkt: het ging om een tuin op het dak van een oude school, dus er moest eerst flink worden verbouwd. Het moment waarop de tuin eindelijk af was en ik daar voor het eerst stond zal ik niet snel vergeten. Ik merkte hoe groot het verschil was tussen een tuin op de grond en een tuin in de lucht. Ik kon vanaf de tuin de hele stad overzien en dat bracht een enorme rust met zich mee. De tuin was een soort lustoord geworden, een gestructureerde wildernis met veel groen, een enorme perenboom, druiven en een moestuingedeelte. Dat was voor mij een van de mooiste momenten van Rooflife tot nu toe. Zo’n tuin zou ik zelf ook wel willen hebben.’

Benieuwd naar de inspirerende verhalen van Wouter en Suze? Je leest het in H&G 2.

Rooflife

Fotografie: Tjitske van Leeuwen. Styling: Maaike Koorman. Tekst: Liddie Austin