bloemenweide

De stadstuin van Isabelle en Robert is amper 60 m² groot, maar je waant je in een bloemenweide. Tussen de wuivende grassen, vrolijke slaapmutsjes en statige zonnehoeden vliegen vlinders en bijen af en aan.

Een rijtjeshuis met een bloemenweide als achtertuin. Bijzonder, want is daarvoor de oppervlakte niet veel te klein? ‘Een echte bloemenweide kan natuurlijk niet op 60 m²,’ zegt tuinontwerper Carolien Barkman, ‘maar de uitstraling ervan wel.’ Ze kwam op het idee tijdens haar eerste bezoek. ‘Wat mij meteen opviel was de openheid. Door het ontbreken van hoge bebouwing voelde de tuin niet ingesloten, je zag blauwe luchten en wolken. De achterkant grenst bovendien aan een gemeenteplantsoen, zodat het groen doorloopt.’

bloemenweide

Ontspannen en natuurlijk

‘De bewoners wilde een natuurlijke uitstraling met veel bloemen, dus waarom niet de sfeer van een bloemenweide? Dat past ook heel goed in de polderomgeving van Slotervaart. Weliswaar een wijk van Amsterdam, maar met een landelijk karakter.’ Isabelle Garachon en Robert Parthesius hadden het zelf niet kunnen verzinnen. ‘Een beetje wild en niet te veel stenen, veel verder kwamen wij niet. We wisten alleen dat het niet te geordend, te ‘gemaakt’ moest worden. We houden van een ontspannen, natuurlijke sfeer.’ Een opdracht die perfect past bij de stijl van Carolien Barkman.

Slimme aanpak

Om de tuin breder en dieper te laten lijken, tekende Carolien niet alleen twee rechte paden, maar ook drie schuine. ‘Dat maakt het meteen spannender. Zo ontstaan plantvakken van verschillende afmetingen, die bovendien makkelijk te onderhouden zijn, omdat je overal goed bij kunt.’ De bloemenweide-sfeer wordt versterkt door twee slimme ideeën: verhoogde borders en smalle paden. Carolien: ‘De plantvakken zijn 15 cm opgehoogd zodat de grond beter draineert, wat gunstig is voor planten. Daarnaast krijg je – hoe klein de tuin ook is – het gevoel dat je tussen de planten loopt en erin wordt opgenomen. Omdat we de paden smal hebben gehouden, oogt de tuin ook meer als een bloemenzee. Planten groeien losjes over het pad en kruipen tussen de stenen door, waardoor het een eenheid wordt.’bloemenweide

Smalle vlonders tussen het groen

Voor het terras en de rechte paden zijn zo veel mogelijk tegels hergebruikt. Isabelle: ‘We wilden graag materialen recyclen, maar waren echt helemaal uitgekeken op de grindtegels van het terras. Carolien heeft ze gewoon omgedraaid. Dat werkt heel goed, want de achterkant is een neutrale betontegel.’ De twee rechte paden kregen een losse, flagstone-achtige bestrating die goed past bij de weidesfeer. ‘Alle stenen die we nog hadden zijn erin verwerkt,. Aangevuld met flagstones ontstond er een natuurlijk beeld. Dat sprak ons erg aan.’ Als contrast zijn de diagonale paden gemaakt van houten planken. Ze liggen als smalle vlonders tussen het groen. Carolien koos voor Platowood, een snelgroeiende houtsoort uit beheerde bossen, die op een milieuvriendelijk manier is verduurzaamd.

bloemenweide

Elk jaar weer een verrassing

De structuur was met de paden bepaald, maar planten zorgen uiteindelijk voor de juiste sfeer. Welke soorten kies je voor een bloemenweide en hoe ga je te werk? Carolien: ‘Grassen vormen voor mij de basis. Daarna komen de vaste planten, sterke soorten die veel bijen en vlinders trekken. Tussendoor staan allerlei eenjarigen, die het bloemenweide-gevoel compleet maken. Dat geeft elk jaar weer een verrassingseffect.’ Het eerste jaar zaaide ze samen met Isabelle klaprozen. Isabelle: ‘Die waren zo mooi! Zelfs de buren waren verrukt. Helaas is het me daarna nooit meer gelukt. Klaprozen kunnen niet zo goed tegen concurrentie. Maar het liet mij wel zien hoe je met een- en tweejarige planten elk jaar een ander beeld kunt creëren. Ik zaai nu zelf Oost-Indische kers, de rest koop ik voor het gemak als jonge plant. Elk voorjaar kies ik andere soorten uit. Dan pakken mijn man en ik op zaterdag de fiets en gaan we naar de Noordermarkt, waar iemand staat die mooie planten verkoopt. Met tassen vol rijden we daarna voldaan weer naar huis.’

bloemenweide

Planten kiezen hun eigen weg

Isabelle en Robert hebben een druk leven en weinig ervaring met tuinieren, maar ze genieten er allebei erg van. Isabelle: ‘De vaste planten die Carolien heeft gekozen zijn erg sterk, dus daar hebben we weinig werk aan. Sommige grassen worden wel te groot. Die halveren of halen we zelfs weg. Verder blijft het bij onkruid wieden, – mijn favoriete tuinklus – ,vooral in het voorjaar. Natuurlijk zijn er altijd moeilijke plekken in de tuin, waar weinig groeit. Daar probeer ik gewoon dingen uit. Niet dat ik er uren per week mee bezig ben, maar je moet het wel leuk vinden en er tegen kunnen dat planten hun eigen weg kiezen. Ik beschouw de tuin als een toneeldecor, waar steeds iets anders gebeurt. Dat vind ik fijn want we zitten er veel, en eten ook graag buiten.’

bloemenweide

Ook een bloemenweide? Zo doe je dat:

  • Kies voor de basis lage of middelhoge siergrassen en sterke vaste planten, liefst bijen- en vlinderlokkers.
  • Plant ze in een losse matrixvorm. Herhaal, maar maak geen grote groepen: twee of drie bij elkaar en af toe een enkele voor een natuurlijk (strooi)effect.
  • Geschikt voor een zonnige border: Deschampsia cespitosa ‘Goldtau’ (siergras), Helenium ‘Moerbei Beauty’ (zonnekruid), Echinacea ‘Hot Summer’ (zonnehoed), Nepeta racemosa ‘Blue Wonder’ (kattenkruid) en Sedum ‘Strawberries and Cream’ (vetkruid).
  • Voor een meer schaduwrijke border: Luzula pilosa (siergras), Brunnera macrophylla (Kaukasische vergeet-mij-niet) en Epidium warlyense ‘Orange Queen’ (elfenbloem).
  • De bloemenweide is pas compleet met schermbloemen, zoals Roomse kervel, fluitenkruid, witte dille, en eenjarigen als papaver, slaapmuts en bijenvoer (Phacelia). Zet ze tussen de basisbeplanting.

De tuin is ontworpen door Carolien Barkman Tuinen, Amsterdam, carolienbarkman.nl

Fotografie: Hans Clauzing, Tekst: Renée Kwak