paradijselijke rozentuin, rozenboog

Een rozentuin om je helemaal in te verliezen. Hoge klimrozen, golvende borders en fijn beschutte zitjes kenmerken deze ‘Franse romance’ omgeven door oude tuinmuren. Het joie de vivre zit niet alleen in de rijkdom aan rozen en andere bloeiers, het wordt versterkt door het gebruik van elegante, ijzeren plantensteunen en rozenbogen, fijn grind op de paden, oude bistrostoeltjes en gietijzeren tuinvazen.

Clematis in de rozentuin

Paradijselijke rozentuin, clematis

De Franse Betty Lambinet plantte haar eerste rozen in potten, gestimuleerd door vriend en rozenkweker Andre Eve. Inmiddels heeft ze meer dan tachtig verschillende soorten. Allemaal heerlijk geurend en vaak gelijktijdig bloeiend met de erbij geplante clematissen (op de foto hierboven een mooie mix van Clematis ‘Margaret Hunt’ en C. ‘Warszawska Nike’, pruikenboom en lilapaarse damastbloem). De rozen hebben alle tinten: roze, abrikoos, wit en lila, bijeengebracht in een harmonieus palet. Ze groeien overal in de tuin. Zoals de lage heesterroos ‘Sibelius’ die vanaf mei tot oktober doorbloeit met paarsroze bloemen. Langs rozenbogen en pergola’s reiken klimrozen en ramblers omhoog. Bij het hoofdterras groeit de crèmewitte ‘Alister Stella Gray’ die een echte theeroosgeur heeft. Op de rozenboog over het pad bloeit de doornloze ‘Veilchenblau’ met trossen kleine bloemen. Betty: ‘En in de herfst is er een toegift van honderden koraalrode en roze botteltjes in de tuin, dat is nog zo’n fijne extra. Overigens is de warmroze  roos ‘Comte de Chambord’ ook in de herfst een dappere doorbloeier met bovendien een heerlijke sinaasappelgeur.’

Romantiek met pit
Het effect van al die rozen is heerlijk romantisch, maar ook niet te zoet vanwege het contrast met donker blad, dat Betty ertussendoor heeft ‘gevlochten’. Bijvoorbeeld het blad van de purperbladige pruim, de paarsbladige pruikenboom en verschillende soorten Heuchera. Uitzonderlijke mooi is een roodbladige vlier, met diep ingesneden blad en roze bloeischermen. Die contrasterende tinten, maar ook de diverse blad- en bloemvormen geven pit aan de beplanting. Zoals stoere hosta’s naast kantachtig blad van ooievaarsbekken en tere witte bloempjes van de Gillenia trifoliata.

Rozentuin op z’n hoogtepunt

Paradijselijke rozentuin, blauw bistrostoeltje

De tuin is op z’n hoogtepunt van mei tot en met augustus. Dan koesteren alle rozen zich in de zon, tonen de sieruien hun talloze sterretjes en vullen floxen de tuin met hun geur. De borders zijn rijk gevuld met vrouwenmantel, riddersporen, campanula’s en geraniums. In het zachte licht van de herfst geven verkleurende bladeren en wolken blauwe herfstasters de tuin een nieuwe opleving van kleur, charme en sfeer. En zelfs in de winter behoudt de tuin zijn kleur en vorm met dank aan groenblijvende heesters als Pittosporum, Taxus en Buxus gesnoeid in bollen, kegels en spiralen. Betty: ‘Ik hou vooral van de euphorbia’s die met hun ritmische grijsgroene bladkransen structuur aan de winterborders geven.’ Na de kerst ruimt Betty het minder mooie afgestorven materiaal op en krijgen alle klimplanten hun noodzakelijke snoei.

Luchtig verweven
Betty Lambinet houdt niet van grote, steeds uitdijende massa’s van dezelfde bloemen. ‘Het is juist mooi als planten zich luchtig door elkaar heen weven. Met gerichte snoei houd ik de volumes in evenwicht en breng ik lucht en licht in het geheel. Daardoor blijven de planten ook gezond. Tegelijk probeer ik afwisseling te brengen en een mooie opeenvolging van bloei.’ Soms gebruikt ze speciale technieken om dat te bereiken. Zowel bij de herfstasters als bij hemelsleutels knipt Betty al vroeg in het seizoen een deel van de zich ontwikkelende bloeistelen met een derde terug. ‘De stelen vertakken zich dan en maken minder zware bloeischermen. Daarmee voorkom je dat ze topzwaar worden en wordt de bloei over een langere periode verdeeld.’

Favoriet in Betty’s rozentuin:
• Rosa ‘Albertine’
• Rosa ‘Comte de Chambord’
• Rosa ‘Leontine Gervais’
• Rosa ‘Phyllis Bide’
• Rosa ‘Sibelius’
• Rosa ‘Veilchenblau’

Fotografie: Bergamote Presse. Tekst: Marionne van de Klashorst