Drie vragen aan kweker Jan Neelen, die een passie heeft voor de Engelse cottage stijl.

1. Wat zijn je favoriete cottage planten?
‘Ik werk graag met inheemse soorten en planten die tegen onkruid op kunnen, zoals geraniums, salie en blauwe knoop. Dure cultivars leggen vaker het loodje. Veel nieuwe soorten zijn ook steriel, daar komt geen vlinder of bij op af. Een soort die dicht bij de wilde voorouders staat heeft dat nadeel niet en is vaak sterker. Echinacea bijvoorbeeld: zeer geliefd, er komen ook steeds nieuwe op de markt. Maar de sterkste is de uit het wild afkomstige Echinacea purpurea.’
2. Wat mag niet ontbreken in een cottage tuin?
‘Een- en tweejarigen. Die geven een natuurlijke sfeer aan de tuin. Vingerhoedskruid en kaardenbol horen er echt bij, die zaaien zich goed uit. Ze creëren een lijnenspel en ritme in de borders. En in de herfst is het genieten van hun zaaddozen.’
3. Nog een cottage-tip?
‘Plant tijm, bergamot (Monarda) of munt – die laatste woekert, maar niet als je ‘m in een pot zet – langs het pad. Als je er langs loopt, geurt dat heerlijk. Ik maak ook graag kleine stapelmuren. Tussen de stenen stop ik een mengsel van klei en cement. Daarin kun je plantjes zetten, erg leuk. Zo maak je een bijzonder plekje.’

CIMG7987_previewJan Neelen

Benieuwd naar Neelens kwekerij? Kijk op Janneelenvasteplanten.nl.