Ik kom net terug van een korte vakantie in Valencia. Ook ik geniet van de zeven vette jaren. Als tuinliefhebber kon ik het niet laten om te kijken naar de beplanting in Valencia. De sinaasappels liggen op straat voor het oprapen. Hoe leuk is het niet dat wij ook appels in de stad zien. Ben altijd een voorstander van eetbaar groen in plaats van siergroen. Een geweldig levendig park doorkruist de stad. Ik zie bomen die voor mij vreemd zijn. De bomen in de stad zijn daarnaast wel erg netjes gesnoeid. De bestrating is aangeveegd. Ook zie ik de schoffelaar. Het is geen Spanjaard maar een donkergetinte Afrikaan. Hun salaris is niet te vergelijken met de Nederlandse hovenier.

Eenmaal weer in Amsterdam. Spit me door de e-mails heen.

Best wel vreemd als je leest dat er een tekort is aan nieuwe hoveniers in Nederland. In Zeeland is er een tuinbouwschool gesloten wegens een tekort aan leerlingen. “De jeugd heeft geen zin om iedere ochtend om 6 uur op te staan en door wind en regen buiten te werken”.

De toekomst ligt voor het oprapen. Maar er zijn geen jongeren te vinden die het oppakken. Ik moet ook toegeven dat mijn zoon zeker geen tuinman wordt.

Is Nederland te veeleisend geworden? Je moet tegenwoordig overal diploma’s voor hebben. Een spuitlicentie, een motorzaagopleiding en nogal meer. De opleidingsinstituten maken vette jaren mee. We vragen een beetje te veel aan een jongeling die gewoon buiten wil werken. In het hovenierswerk zie je dan ook meer specialismen. Jij bent de stratenmaker of jij doet alleen maar boomverzorging. Heb je geen zin in scholing? Dan ga je schoffelen. Ook als je heel erg fout ben geweest. Dan ga je ook schoffelen. Het is een scheldwoord geworden.

Onkruid schoffelen

Hovenieren is afwisseling in je houding van het lichaam. Een hele dag schoffelen of kruien is niet slim. Deze woorden zijn van mijn fysiotherapeute.

Na zeven vette jaren komen de magere jaren altijd weer terug. Deze golfbeweging heeft ook zijn voordelen. Er zijn in de afgelopen crisistijd zoveel nieuwe ontwikkelingen ontstaan. Niet altijd nieuw te noemen. Maar bewustwording van het gewoon plezierig buiten leven. We zijn weer gaan zaaien in plaats van plantjes kopen. Het scheuren van vaste planten en deze delen met anderen. Buurtprojecten op braakliggende terreinen worden omgetoverd tot een bloeiende wijk.

De politiek noemt dit: De burger moet groen binnen pantoffelafstand hebben. Kinderen spelen niet meer buiten. Is hun credo. Maar het mogen geen hangjongeren worden.

DE STRAAT IS MIJN TUIN
IK TUIN ER SOMS IN
ER ZIJN DAGEN DAT
EEN STOEPTEGEL
MEER ZEGT DAN ONZE STRAAT