woestuin1

Ontwerper Suzanne van Andel zag meteen een leuke kas voor zich toen haar vriend Ivo Middeldorp op een dag een partij oude kozijnen op de kop kon tikken. Inmiddels staat het eerste exemplaar in hun moestuin. Een klein paradijs vol groenten, fruit en bloemen.

De moestuin is een extra buitenplek voor Suzanne en Ivo. hun woonhuis in het centrum van Bergen op Zoom heeft alleen een kleine binnenplaats. Suzanne: ‘Wel een kleine oase, hoor, helemaal vol met potten, heel groen en heel fijn, maar er is niet genoeg plek voor de kinderen om te ravotten. De moestuin is dus een uitkomst. Daar is de hele dag zon en de tuin – zo’n tweehonderd vierkante meter – ligt in een klein dal omringd door bos. Toen wij de tuin kregen, war er nog weinig mee gedaan. Onze toen vierjarige zoon Xiem noemde het spontaan ‘de Woestuin’. Die naam hebben we meteen gehouden.’
woestuin

 

Als ontwerper had Suzanne wel een idee hoe de Woestuin eruit moest gaan zien: een plek om groenten en fruit te verbouwen, te spelen en te ontspannen, én heel belangrijk: het moest er mooi uit gaan zien. Suzanne: ‘Het leek me mooi en praktisch om in verhoogde bakken van 3,5 meter bij 1,2 meter te kweken. Zo hoefden wij niet zo te bukken en was het voor de kinderen duidelijk waar ze wel en niet mochten spelen. De bakken geven de tuin een opvallende structuur. We hebben er twee met bloemen, een met kruiden en in de bakken eromheen verbouwen we elk jaar iets anders, ook om de grond niet eenzijdig uit te putten. We hebben tomaten, aubergines, venkel, paprika’s, sla, bonen, aardbeien, frambozen, kruisbessen… Te veel om op te noemen. Het werken in bakken bevalt heel goed, maar we moeten wel op de bewatering letten. Grond in bakken droogt snel uit.’

woestuin

Ivo en suzanne besteden evenveel tijd aan de tuin. Suzanne: ‘In de zomer is het onze vaste stek. Dan ga ik er vaak doordeweeks na school met de kinderen naartoe en eten we daar ook. Het voelt altijd alsof we een beetje op vakantie zijn. Je bent even weg van het huishouden en al die andere dingen die thuis altijd moeten gebeuren. in de tuin moet natuurlijk ook van alles worden gedaan, onkruid wieden bijvoorbeeld, maar dat voelt anders. Het werken in de tuin is meer meditatief, minder dwingend. Bevredigender.’

woestuinGroenten en fruit uit eigen tuin eten, Suzanne en Ivo vinden het geweldig. ‘Ook de kinderen lopen zich er helemaal ‘vol’ te stoppen. Ze herkennen wortels al van het blad boven de grond en de frambozen sturiken weten ze ook te vinden. intussen spelen ze met van alles. Moya is vorige zomer de hele dag druk geweest met één slak, Ciem gaat op avontuur in het bos en verzamelt insecten. In de winter vraagt hij elke week: ‘Wanneer gaan we weer naar de Woestuin?’ Het allerleukst: samen met de kinderen appels plukken en die ter plekke op een gasstelletje tot lekkere moes koken.

In de zomer zijn we een dag per week kwijt aan het werk in de tuin: verspreid over elke avond een paar uur of in het weekend een hele dag. Daarnaast moeten we wat er is geoogst en niet meteen kan worden opgegeten ook op een of andere manier zien te verwerken. We vriezen veel in, bonen worden gedroogd, ik maak jam in allerlei smaakvariaties. We hebben het er dus druk mee. Een tuin is ook nooit af. Maar die van ons wordt wel steeds mooier en we proberen ook elk jaar iets nieuws te doen. Uiteindelijk gaat het ons bij de Woestuin vooral om ontspanning en lekker buiten zijn. Als de komkommer een keer mislukken is dat jammer, maar dan kopen we toch gewoon komkommers in de winkel!?! Als we maar plezier hebben.’

Fotografie: Louis Lemaire. Styling: Judith Baehner/hetgroenlab. Tekst: Liddie Austin