groentetuin

Vijf vragen aan Ellen Mookhoek van de Brede Moestuin over het starten van een groentetuin.

Hoe begin je?
‘Kies een zonnige plek uit. Kijk waar de zon vandaan komt en plaats de laagste gewassen vooraan, de hogere erachter. Zo krijgen alle planten genoeg licht en warmte. Het ontwerp van de groentetuin doet er verder niet zo toe, zolang je maar zorg dat alle gewassen zon krijgen. Experimenteer er lekker op los!’

Wat zijn makkelijke groenten?
‘Oergewassen. Dat zijn Europese soorten die het in ons klimaat goed doen. Denk aan tuinbonen, prei, erwten, peultjes en sla.’

Grootste valkuil?
‘Te moeilijke of te veel willen verbouwen. Houd het eenvoudig: kies voor maximaal 5 soorten, dan houd je nog voldoende over als er iets misgaat.
Tip: de biologische zaden van De Bolster geven een stevige start. Die zijn in Nederland veredeld en krijgen niet snel problemen.’

Veel wieden?
‘Jazeker. Aan de andere kant: veel onkruid in de moestuin is eetbaar. Brandnetelsoep is echt lekker. Je kunt ook genieten van doorgeschoten groenten Bloeiende snijbiet bijvoorbeeld, wauw!’

Nog een tip?
Poot vroege aardappelen. Die zijn heel makkelijk te verbouwen, dat kan zelfs in een ruime pot. De smaak van die aardappelen, de eerste 24 uur na de oogst, heerlijk! Daar kan geen gekochte tegenop.’