Het is een wir-war aan bedrijfjes die zich bezig houden met het begrip vergroenen. Er is geld mee te verdienen en de gemeenten geeft al gauw een subsidie als je een slaplantje in het openbare groen stopt. Er zijn mensen die heel goed zijn om deze pot van geld leeg te trekken.

Het zijn dus niet alleen maar de hoveniersbedrijven die zich bezighouden met groen. Een stichting van het spelende kind. Stadsmoestuinieren in de stad. Natuurfonteinen en ook nog eens Natuureducatie organisaties. En dan krijgen we als toetje de binnenhuisarchitect die een tuin erbij doet. Het kan zijn dat ik sommige initiatieven te kort doe.

Ik heb een vraag gekregen van een school om al die initiatieven te mogen coördineren. De directrice vindt het allemaal te veel. Ze krijgt zoveel verzoeken om haar schoolplein nog groener te maken. Zoek het lekker uit Jan! Maar wees wel kritisch, want onder schooltijd is er geen tijd. Ze komen nu in de winkel en ik mag luisteren. Voor haar de juiste beslissing te nemen. Maar wat een gedrevenheid. Alsof ze Jezus zelf zijn.

Groen op school

Door al dat zitten begin ik ook steeds meer een Boeddha buikje te krijgen. Ik had me juist voorgenomen om wat meer in de tuin te werken samen met Henk. Hij is ook erg boos op me. We maken geen avontuurtjes meer mee. Hij voelt de eenzaamheid van buiten werken en ik ervaar nog meer eenzaamheid van alleen maar luisteren en afwijzen. Na het aanhoren van een preek kan ik het soms niet laten om een strikvraag te stellen. Kan je harken? Ik haal uit het gereedschapsrek een hark en vraag “doe het harken eens voor”. Diegene die dan overeind blijft, krijgt de opdracht. Wat mij dan weer opvalt, is dat geen één van hem ook echt kan harken.

Ik mis de nuchterheid van onderhouden. Ik kan de ‘tuinman gedachten’ maar niet buitensluiten. Ben soms natuurlijk ook te bot voor woorden. Ieder initiatief met groen vraagt gewoon ook om na te denken over onderhoud. Maar Amsterdammers hebben nog steeds een hekel aan dit woord. Ik zit er zelfs over na te denken om iets in Rotterdam te gaan beginnen. Maar Viola probeert mij tegen te houden. Ze zeggen dat ze daar heel nuchter zijn. Met opgestroopte mouwen gaan ze alles te lijf. Ik ben dus gewoon te Rotterdams opgevoed. Een dubbelgroene winkel in Rotterdam. Geef ons dan het meest ongure buurtje wat bloeiend moet worden, en wij komen, zonder Viola.