tuincolumn

Elbrich Fennema is één van drie initiatiefnemers van het Landje van De Boer in Overveen. Zeven jaar geleden een wildernis, inmiddels uitgegroeid tot een klein paradijs. Met een boomgaard, moestuin, bloemenborders en een kas. Vanaf nu elke maand in Home&Garden: Elbrich over haar belevenissen op het Landje.

Eén van de aantrekkelijkheden van een moestuin of eetbare achtertuin is dat je verrukkelijke ingrediënten kunt oogsten die gewoonweg niet te koop zijn. Je hoeft er niet eens exotische of buitenissige of vergeten gewassen voor te telen. De ouderwetse tuinboon volstaat. Deze verrukkelijke groente heeft al eeuwen trends en modes overleefd zonder ooit uit de gratie te raken. Tuinbonen zijn gelukkig nog steeds goed verkrijgbaar. Toch zijn er een aantal goede redenen om ze zelf te telen.

Om te beginnen helpt het telen van tuinbonen tegen herfstdepressie. Het is één van de weinige gewassen die je in het najaar kunt zaaien. In het seizoen waarin de blaadjes vallen, de dagen korter worden en de kleur verdwijnt, draait het werk in de moestuin vooral om afscheid en opruimen. Het is heerlijk om in het tuinbonenbed de blik alvast te kunnen richten op een nieuw seizoen met nieuw leven als je die stoere, winterharde zaden toevertrouwt aan de aarde.

Verder zijn tuinbonen, met hun mooie witte of roze bloemen een esthetische aanwinst voor de (moes)tuin. En dat al vroeg in het seizoen!

De grootste winst van de tuinboonteelt zit op het culinaire vlak: je kunt je eigen tuinbonen zo vroeg of laat oogsten als je wilt. De groenteboer heeft bijvoorbeeld nooit die ontroerend jonge tuinboonpeulen liggen, zo lang als een vinger, met in hun binnenste de allerzachtste wollige wiegjes voor die prille knikkers ter grote van een pinknagel. Als tuinboonteler kun je daar wel over beschikken!

Op het Landje koesteren we niet alleen de prille peulen, maar sinds een seizoen of twee ook de toppen van de tuinbonen. Tuinboonplanten moeten worden getopt om te voorkomen dat ze ten prooi vallen aan zwarte luizen; die beschouwen de toppen van de tuinbonen als landingsbaan. Maar het voelde altijd spijtig om dat frisse jonge blad naar de composthoop af te voeren. Twee jaar geleden besloten we de tuinboontoppen een culinaire kans te geven. Dus smoorden we een uitje en knoflook, voegden de tuinboontoppen toe, plens bouillon erbij, blender erop en room erbij: het patente recept om van een onduidelijk ingrediënt iets gegarandeerd eetbaars te maken. Maar tot onze grote verrassing smaakte deze soep op een geraffineerde manier intens naar tuinbonen!

Inmiddels kijken we haast net zo verlangend uit naar de toppen als naar de peulen. Ze zijn een onbetaalbare delicatesse, waarvan je uitsluitend kunt genieten als je je tuinbonen zelf teelt!