Zelf een bonenhuis bouwen
De bouw van het bonenhuis is een geduldklus en kan het beste met z’n tweeën worden gedaan. Zoek voor het huis een zonnige, warme plek, daar houden bonen van. Binnen no-time heb je een bloeiend bonenhuis waarvan je blijft oogsten.

Afmetingen: 180 x 240 cm (bxl)

Nodig

49 bamboestokken van 240 cm
39 bamboestokken van 180 cm
Bindtouw of binddraad

Voor bamboestokken en voorbeeld knopen: bamboebouwnederland.nl

Voor de wanden

2x 12 van 240 cm voor de lange zijden
6x 240 cm voor de achterkant
4x 240 cm voor de voorkant (2 stokken minder dan de achterkant ivm de ingang)
2x 240 cm en 2x 180 cm om de stokken van de wanden met elkaar te verbinden
4x 240 cm voor diagonale bevestiging voor extra stevigheid
1x 180 cm om achterkant extra te stabiliseren

Voor het dak

12x 180 cm voor de basis
2x 240 cm voor de basis
24x 180 cm voor de schuine kanten
2x 240 cm horizontaal voor de lange zijden
1x 240 cm horizontaal voor daknok
4x 240 cm diagonaal voor extra stevigheid

De wanden van het bonenhuis

• Zet de omtrek uit en leg de stokken op hun plaats.
• Steek de stokken voor de wanden 40 cm diep in de grond en 20 cm uit elkaar.
• Breng de 4 horizontale stokken aan op stahoogte.
• Bevestig halverwege de achterkant een stok horizontaal aan.
• Breng aan de lange zijden 2x stokken van 240 cm diagonaal aan.

Het dak van het bonenhuis

Begin met het basisframe:
• Leg 12 stokken van 180 cm 20 cm uit elkaar op de grond. Verbind ze aan elkaar met 2 stokken van 240 cm.

Voor de schuine zijden:
• Verbind over een lengte van 240 cm telkens twee stokken aan de bovenkant aan elkaar.
• Verbind de schuine zijden van elk 12 stokken aan elkaar met 1 nokstok van 240 cm en 2 horizontale stokken van 240 cm.
• Maak de onderste stokken 30 cm vanaf de onderkant vast zodat je een dakoversteek krijgt.
• Houd net als bij de wanden een tussenruimte aan van 20 cm.
• Bevestig aan beide zijden twee stokken diagonaal voor extra stevigheid.
• Laat het basisframe voor het dak rusten op stapels stenen of kratjes en bind de schuine zijden aan het frame vast.
• Bevestig het dak op de wanden.

Bonenhuis in bloei

En dan: boontjes kiezen

Klimmende bonen zijn goede vervangers van ‘gewone’ klimplanten. Ze maken 150 tot zelfs 400 cm lange ranken. Pronkbonen hebben de mooiste bloemen onder de klimbonen. Er zijn ook klimmende stokslabonen, stokkievitsbonen en stoksnijbonen. Naast soorten met mooie bloemen zijn er soorten met gele, blauwe en gestreepte peulen. Er zijn er die je vers eet, weer andere zijn geschikt om te drogen. Daar smul je in de winter van.

Beste adressen voor klimbonen
• De Nieuwe Tuin, denieuwetuin.be
• Leven van het land, levenvanhetland.nl
• Sluis Garden B.V., gardenseeds.nl
• Tuinboetiek/Oranjeband Zaden, tuinboetiek.nl
• Vreeken’s Zaden, vreeken.nl
• De Bolster, bolster.nl

Klimbonen binnen voorzaaien

Bonen zijn koukleumen, daarom worden de meeste soorten pas na half mei buiten gezaaid of geplant. Dan is de kans op nachtvorst nihil. Je boekt een aardige groeivoorsprong wanneer je de bonen vanaf begin april binnen zaait. Zo ben je ook vogels te slim af, die dol zijn op pas gezaaide bonen en de piepjonge plantjes.

Bij het kweken van de stokbonen voor dit bonenhuis zijn zogenaamde ‘Rootrainers’ gebruikt. Die bestaan uit een houder met setjes kweekpotten die als een boek wordt opengeklapt. Voordelen: de zaailingen hoeven niet te worden overgeplant in aparte potjes en de wortelkluiten blijven intact. Ze zijn te koop via tuinspul.nl en vreeken.nl.

Zo doe je dat:
• Vul de potjes met zaai- en stekgrond.
• Maak de grond vochtig met een plantenspuit of kleine gieter met broes (bijvoorbeeld de kleine kunststofgieter Handy van Haws via dewiltfang.nl).
• Prik in elk potje een gaatje met een potlood en druk de bonen 3 cm diep in de grond.
• Bedek de bonen met grond, druk licht aan.
• Bevochtig de grond nogmaals met de plantenspuit of kleine gieter met broes.
• Dek de bak af met de bijbehorende kap.
• Zodra het eerste groen boven de grond komt. Haal je de kap er iedere dag wat langer af.
• Draai de bak geregeld om te voorkomen dat de plantjes naar het licht toe hellen.
• Zet de bak koeler in een lichte, onverwarmde ruimte in huis of in een koude bak (via acd-kassen.nl).
• Gebruik je geen Rootrainer, dan zet je de plantjes over in potjes met potgrond, zodra ze twee echte blaadjes hebben.

Laat jonge klimbonen wennen aan buiten

Vanaf half mei plant je de klimbonen die je zelf hebt gekweekt of gekocht. Zet ze eerst een week overdag buiten en haal ze ‘s avonds binnen. Op die manier wennen ze aan de lagere buitentemperaturen. Maak de grond los en onkruidvrij. Plant de bonenplanten 10 cm van de stokken. Doe dat bij schuinstaande stokken aan de binnenkant. Maak de plantjes losjes vast aan de stokken om ze op weg te helpen. Zodra ze houvast hebben, redden ze het alleen wel.

Klimbonen zaaien in de vollegrond

Vanaf half mei tot en met juni zaai je de bonen ter plekke. Niet eerder, want de meeste soorten kiemen niet bij koud, nat weer.
Zo doe je dat:
• Kies een zonnige plek.
• Maak de grond los, verkruimel die, haal het onkruid weg en meng wat goed verteerde compost door de grond.
• Graaf 10 cm van de voet van iedere bamboestok een 4 cm diep kuiltje, vul met circa 1 cm zaaigrond en leg daarin drie bonen circa 3 cm uit elkaar. Druk de grond licht aan.
• Geef voorzichtig water zodat grond en boontjes niet wegspoelen.

Makkelijke gasten
Bonen hoeven niet te worden bemest. Geef bonen wel geregeld water. De grond mag tijdens de bloei en de vorming van de peulen niet helemaal uitdrogen.

Tekst: Thea Seinen