Tak met meizoentjes voor MoederdagEen krans van meizoentjes, beter bekend als madeliefjes, geregen door vlijtige kinderhanden, is en blijft  het ultieme moederdagcadeau. Maar zelf zullen wij deze wit gespoten tak ook met open armen ontvangen. Natuurlijk moet er wél een vaasje met meizoentjes aan hangen.

Het ene meizoentje is het andere niet
Meizoentjes bestaan in allerlei soorten. Het gewone weidemadeliefjes (van de bloemenkrans) en de dubbele en gevulde meizoentjes.

• Het gewone madeliefje komt vaak spontaan op in het gras en duikt onder de grasmaaier door. Ze breidt zich snel uit. In warme winters bloeit het al in januari. De uitbundigste bloei is in mei en juni, complete grasvelden zijn dan wit gespikkeld. ‘s Avonds sluiten de bloemen zich. Als het koud is, verkleuren de randen rozerood. Het is een oersterk plantje dat eindeloos doorbloeit, en hoera, dus ook onbeperkt kan worden geplukt. Eenmaal in het gazon beland, krijg je meizoentjes niet makkelijk weg, maar of dat zo erg is…

• Meizoentjes met dubbele en gevulde bloemen koop je als (bloeiende) plant bij tuincentra en bloemenwinkels. Zelf zaaien kan ook, zaden zijn onder andere verkrijgbaar via vreeken.nl. Zaai in juni-juli, plant de jonge zaailingen vervolgens in het najaar uit op hun definitieve plaats in de zon of halfschaduw. Ze bloeien in de zomer daarop.

meizoentjes in de tuin

Gevulde meizoentjes (zie foto) zijn tweejarig, een jaar na het zaaien heb je een weitje vol, in rood, roze en wit. De grootste gevulde Bellis perennis zijn ‘Monstrosa’ en ‘Habanera’ die bloemen hebben van vijf centimeter doorsnee. Ook een beauty: Bellis perennis ‘Pomponette’, dit meizoentje heeft bolronde bloemen die verkleuren tijdens de bloei.

Meizoentjes in potten
Madeliefjes voelen zich ook goed thuis in potten, maar kunnen niet tegen ‘natte voeten’. Zorg voor afwateringsgaten in de potten en bakken waarin je ze plant. Als plantje staan ze niet graag binnen, dus naar het terras ermee of de vensterbank buiten.

Fotografie: Julia Hoersch/Living At Home/Hollandse Hoogte, iStockphoto. Tekst: Marie Tromp