Het zaaien van planten is altijd een uitdaging. Komt het op of komt er niks. Het is in de winkel een veel gehoorde vraag. Hoe moet ik zaaien? De meest gestelde nog steeds. Hoeveel water moet ik geven? Het antwoord is dan meestal: “planten geven zelf wel aan hoeveel water.”. Eerst kijken en als je ogen het niet vertrouwen, stop dan een vinger in de grond en je voelt of het vochtig genoeg is of niet.

Zaaien is weer helemaal terug van weggeweest. In de crisistijd van Nederland heb ik ervaren dat mensen opeens gingen zaaien en ook hun vaste planten zijn gaan scheuren. Dit crisismoment is ook weer een hype aan het worden. Het is ook zoveel goedkoper dan plantjes kopen. En het gegeven dat de ontkieming ook mooi is. Je moet wel geduld hebben. Deze blog gaat dus niet over snel een tuin aanleggen. Je buitenruimte kan ook langzamer tot bloei komen.

Ik ga nu effe ‘tuin’ preken. En de tuintaal komt ook aan zijn trekken. Wetende dat als je drie tuinnerds om advies vraagt, je vier meningen gaat krijgen.

Zaaien binnen

Voor het binnen opkweken. Je mag het ook venster tuinieren noemen. Je maakt een zaaimelange in een opkweekbakje. Kan ook gewoon in een chinees bakje. Er is speciale zaaigrond te koop. Maar je kan ook bio-potgrond mengen met zoet zand. Het is een gegeven dat zaden hun eigen voeding bezitten. Het zijn de zaadlobben die ervoor zorgen dat een kiempje, ook wel babyplantje, genoeg voedsel heeft. Bij bonensoorten zie je ze goed mee omhoog groeien. Bij grassoorten is het 1-zaadlobbig. Maar de meeste planten hebben er twee. Na het zaaien even de grond sproeien en afdekken met een krant van gisteren. Het moet broeden. Dan zijn zaden in staat om te ontkiemen. Zodra je plantjes ziet boven komen? De krant weg halen.

Deze meeste jonge sprieten vinden het wel erg vol in hun bakje. Verspenen is dan het antwoord. Met een potlood wip je de plantjes met kiemblaadjes eruit. Plant in een pot. Nu mag je de temperatuur een beetje bijsturen. Dat noemen ze afharden. De echte moestuinder heeft een platte bak.

Soms ben ik ook erg lui. Koop ik een basilicum in een potje. Meestal is het een ramp na een week. Ergens aan de lopende band worden er te veel zaden in een potje gedaan. Teveel ontkiemde planten bij elkaar zorgt ervoor dat het gaat smetten. Maar op advies van onze Henk: “scheur die plant in vieren en opnieuw in een potje doen”. Of in een lange bak. Hij is ook zoveel slimmer.

Ik geef hem nu de laptop. Het zaaien in de volle grond is voor Henk.

Zaaien in de volle grond

Direct zaaien in de volle grond is ook een dingetje. Van oudsher na de ijsheiligen, die nu al jaren niet meer heilig zijn in Nederland. De naamdagen van deze katholieke heiligen zijn in 2018 op 11 t/m 14 mei.

“Het kan vriezen tot in mei, tot de ijsheiligen zijn voorbij”.

Ik maak altijd eerst de grond schoon van onkruid. Hakken en harken. Dan maak ik zaaigeulen met de hak. Strooi de zaden op gepaste afstand. Met de hark maak ik de geulen dicht en stempelen. De harkendans.
Dan krijg je het wieden. Onkruid groeit sneller dan wat je hebt gezaaid. Gewoon wieden. Dat is bukken en plukken. Een beetje aerobic gardening.

Een (nieuw) product is de zaadbom. Ooit gedaan om woestijnen in te zaaien. Vanuit een helikopter worden zaadbommen in een pijl naar beneden geschoten. Wat ik dan weer vreemd vind, is dat er nooit op staat welke planten zaden erin zitten verscholen. Stel je voor, een bom met zevenblad. Meestal is het een wild mengsel van bloemen. Wij zaaien heel veel tuintjes in met wild mengsels. Je moet toch de grond bedekt houden. Kale grond is ook zo saai.

Ik heb het nagevraagd aan de vier heiligen, hoe je een wildmengsel moet zaaien. Mamertus had geen tijd. Hij was net in een gebed. Pancratius was drukdoende met spinazie aan het zaaien, maar dan wel in een rijtje. Servatius is de gehele dag aan het harkendansen. Uiteindelijk krijg ik het verlossende advies van Bonifatius. Zaaien als Jezus. Gewoon wijd verspreid, voor de regen. En de ongelovige worden eruit getrokken.