Sneeuw laat onverbloemd zien hoe een tuin is opgebouwd. Er zijn geen kleurrijke bloemen en weelderige plantvormen meer die kunnen afleiden. Wat overblijft in de sneeuwtuin zijn lijnen, vlakken en structuren. De basis van de tuin. Als die goed is, is de tuin zomer- én winterbestendig. Een afgewogen mix van vormen en structuren creëert contrast en maakt de sneeuwtuin ‘spannend’.

Tip Meng hoog met laag, rond met vlak, strak met ‘wild’. Dat geldt zowel voor planten als voor decoraties. Sneeuw plus het zacht schitterende winterlicht doen de rest.

Sneeuw versterkt contrasten
Een sneeuwdek maakt niet alleen structuren duidelijk zichtbaar, maar versterkt ook contrasten. Zo komt een wit besneeuwde bank extra goed uit tegen een donkere achtergrond van een groenblijvende (taxus)haag. Zon, schaduw, donker, licht – alles wordt door sneeuw versterkt.

Tip Evergreens zijn belangrijk voor de wintertuin. Gebruik een wintergroene haag bijvoorbeeld als erfafscheiding voor plekken die je liever uit het zicht houdt of juist om je oog op te laten vallen.

Tip Ruim de tuin ook niet te vroeg op. Veel siergrassen hebben een mooi wintersilhouet (pas knippen in het voorjaar dus!).  Op de foto steekt het siergras mooi af tegen de donkere achtergrond van klimop. Ook de zaadhoofden van uitgebloeide bloemen vormen prachtige sneeuwsculpturen.

Sneeuwtuin hoekje

Alles wordt mooi met een laagje sneeuw
Alles wordt mooi met een laagje sneeuw. Rommelige hoekjes verdwijnen onder een witte deken. Planten en buitenmeubels worden sculpturen.

Tip Maak op plekken die je vanuit huis goed kunt zien een uitstalling van bijzondere of mooie voorwerpen. Dit soort tijdelijke exposities maken de tuin persoonlijk. Hoe sterker de vorm, hoe groter het effect met een sneeuwlaagje. Een groep potten van verschillende hoogtes, een kistje, een paar oude kerstballen, een verroeste kandelaar. Alles kan en mag. De leukste decoraties zijn meestal niet de duurste, maar voorwerpen die iets voor jou betekenen.

Dit zijn de onbetwiste sterren van de sneeuwtuin:

Wintergroene hagen en struiken top 5

1. Taxus. Koning onder de haagplanten: makkelijk te snoeien, kan heel oud worden en loopt altijd weer uit, zelfs na een flinke terugsnoeibeurt.
2. Hedera (klimop). Ideaal voor een smalle haag als je weinig ruimte hebt. Snelgroeiend en snelt weinig eisen, doet het zowel in de zon als in de schaduw. Geregeld snoeien.
3. Photinia x fraseri ‘Red Robin’ (glansmispel). Wordt nog niet veel gebruikt als haagplant maar is er heel geschikt voor. Loopt in het voorjaar uit met glanzend rode bladeren. Krijgt ‘s zomers kleine witte bloemen. Geschikt voor een meer beschutte plek.
4. Fargesia murieliae ‘Jumbo’ (bamboe). Een niet woekerende, groenblijvende bamboe met fijn, frisgroen blad. Doet het overal en is zeer winterhard. Wordt maximaal 3 meter hoog.
5. Elaeagnus ebbingei (olijfwilg). Kan goed tegen wind en zoute omstandigheden (doet het ook aan de kust!). Krijgt in de herfst witte bloemen en daarna rode bessen. Maximale haaghoogte: 1.50 – 1.80 meter.

Winterbloeiers top 3

1. Hamamelis (toverhazelaar). De Chinese toverhazelaar (H. mollis) bloeit felgeel en behoort tot de allermooiste. Alle soorten geuren heerlijk. De bloei begint bij de meeste eind december-begin januari en loopt door tot in het voorjaar. Toverhazelaars hebben wel voldoende ruimte nodig.
2. Jasminum nudiflorum (winterjasmijn). Klimplant (niet zelfhechtend) die het overal doet, zelfs op het noorden. Bloeit van eind november tot het voorjaar met kleine gele stervormige bloemen.
3. Mahonia japonica (mahoniestruik). Wintergroen en bloeit geel van november tot februari. Na de bloei komen er paarsblauwe bessen aan de plant. Geurt naar honing.

Tekst: Renée Kwak