Tuincolumn

Traditie klinkt als iets dat over de jaren groeit, maar onze ervaring op het Landje is dat tradities ook heel goed instant kunnen ontstaan. Soms is iets in één keer zo goed, dat je meteen al weet dat er sprake is van een blijvertje. Een mooi voorbeeld is onze wilgenwigwam.

Langs de slootkanten van het Landje van De Boer staan wilgen. Met goede redenen: om te beginnen hóórt een wilg langs een slootkant. Verder is een wilg een echte ‘nutsboom’. Je kunt vlechten met de tenen. Je kunt wilgentwijgen gebruiken als ‘bindtouw’. Na een jaar of twee is zo’n stukje bindwilg vergaan, en dat is juist mooi: je loopt niet het risico groeiende takken knel te binden. Verder produceert een wilg in een jaar tijd een enorme hoeveelheid hout. Als je hem elk jaar knot, zoals wij doen, zit je elk jaar in het voorjaar met een fikse berg wilgentakken en wilgentwijgen. Veel meer dan we nodig hebben om de leipruimen mee op te binden…

We hadden vorig jaar de hakselaar al gehuurd om de rest van het wilgenhout te versnipperen voor de composthoop toen Hilde, die textielkunstenares is van professie, naar die berg wilgenhout keek en zei: ‘Daar kunnen we nog heel leuke dingen van vlechten.’ Ze had gelijk. Eigenlijk lag hier al het materiaal bijeen voor het vlechten van een lathyrus-wigwam zoals meester-vlechter Piet Hein Spieringh die maakt.

We staken een stuk of twaalf dikke takken in een cirkel in de grond. Op twee meter hoogte bonden we ze bij elkaar. Vervolgens draaiden we alle takken met hun bocht naar buiten en het resultaat was een heel vriendelijk ogend staketsel. Veel leuker en speelser dan zo’n stijve bonenwigwam van tonkinstokken! Hilde vlocht van dunnere twijgen een spiraal omhoog langs de takken om het geheel stevigheid te verlenen, en de klimplanten houvast te bieden. Uiteindelijk hebben we twee wigwams voor lathyrus gevlochten, en nog eens vier voor bonen. De wigwams zijn vrolijke objecten die ook voordat ze worden beklommen en ook nadat de klimmers hun blad weer hebben laten vallen, heel aantrekkelijk zijn. Wilgen lijken voorbestemd om tot wigwams te worden gevlochten. De wigwams van vorig jaar zijn trouwens aan het eind van het seizoen alsnog in de hakselaar beland. Wat blijkt: een wilgentak laat zich veel makkelijker verhakselen als hij verdroogd en verstokt is dan vers. Met zoveel pluspunten staat na één seizoen al vast dat we elk jaar nieuwe wilgenwigwams willen!

Meer columns van Elbrich:
Tuincolumn 1: Reis door het Landje
Tuincolumn 2: Verlangen naar tuinboontoppen
Tuincolumn 3: Kruid met kleutervet
Tuincolumn 4: Veel als strategie
Tuincolumn 5: Kooksessies op het Landje
Tuincolumn 6: Winterklaar
Tuincolumn 7: Principiële pitjes
Tuincolumn 8: Vertederend nest witlof
Tuincolumn 9: De kunst van het loslaten