gezamenlijke tuin

Door een poortje op de drukke Amsterdamse Overtoom, loop je zo de vorige eeuw in: een smalle, doodlopende straat met een rij herenhuizen en daarachter, verborgen voor voorbijgangers, een grote gezamenlijke tuin.

Ooit werden hier planten, groenten en andere gewassen gekweekt, bedoeld voor het Vondelpark dat toen nog in particuliere handen was. In 1953 kwam het park in handen van de gemeente, met een eigen stadskwekerij. Hierdoor was het stuk land achter het huis van tuinarchitect Saskia Albrecht en haar buren eigenlijk overbodig geworden. Omdat de Overtoom hoger ligt dan het park, is de grond ertussen laag, snel nat en verzakt. Er stonden een paar oude perenbomen, platte kassen met aardappels en dat was het wel. Een verwaarloosd stukje niemandsland. Saskia herinnert zich het nog goed: ‘De toenmalige opzichter ging eind jaren zeventig met pensioen en degene die daarna kwam, had niet meer zo’n zin om het terrein te onderhouden. Dus toen de mannen van Groenvoorzieningen op een dag voorstelden dat wij het stuk grond zelf konden onderhouden, hebben we dat met alle handen aangegrepen.’

gezamenlijke tuin

Vereende krachten

Dat betekende dat er een plan moest komen. Er werden tuinvergaderingen in het leven geroepen, waarop het er soms verhit aan toe kon gaan. Saskia: ‘Er woonde hier bijvoorbeeld iemand die graag een tennismuurtje in de tuin wilde. Dat werd gelukkig door iedereen afgeketst. Ook een loslopend konijn kwam er niet doorheen, want die zou alles opeten. Maar ondanks alle discussie: we kwamen er altijd uit. Omdat we nu eenmaal allemaal graag een mooie tuin met veel planten en bloemen wilden. We vonden dat we het stuk grond van de gemeente, dat we als het ware met toestemming hadden gekraakt,  goed moesten onderhouden.’ En dus werden er met liefde een eindeloze hoeveelheid rozen en clematissen aangeschaft en geplant. Onkruid werd gewied en bollen gepoot. Er kwam een gemeenschappelijke zandbak voor de kinderen. ‘Ach, die hebben genoten toen ze klein waren. Ze konden de hele dag met elkaar buiten spelen, midden in Amsterdam. Inmiddels zijn ze allemaal volwassen, maar ze vormen nog steeds een vriendengroep.’ Ze plantten ook een heg die ervoor zorgt dat er allerlei kleinere hoekjes zijn, waarin je enigszins privé van de avondzon kunt genieten. Saskia: ‘In een gemeenschappelijke tuin moet je wel rekening met elkaar houden. Maar dat doen we graag, je krijgt er ontzettend veel voor terug. We zoeken elkaar graag op als we onder elkaar zijn, maar als iemand gasten heeft, geven we elkaar ook de ruimte. Dat gaat gelukkig vanzelf.’

gezamenlijke tuin

Allemaal drie groentebedden

Cilia, één van de buren, wist in het begin het meest van tuinen. Zij nam het voortouw en de meeste beslissingen bij de aanleg. Nu zijn ze met vier vrouwen, hebben allemaal veel geleerd en verzorgen ieder drie groentebedden. De taakverdeling is vanzelfsprekend tot stand gekomen. Saskia: ‘Omdat ik voor mijnwerk als tuinarchitect al veel in tuinen werk, beperk ik me tot de groentetuin. De andere drie verzorgen daarnaast ook een deel van de sierbedden. De mannen zijn geweldig in grasmaaien en één man is opperhoofd hagen snoeien. Ik doe hier dus zeker niet het meeste werk, maar wat ik doe vind ik heerlijk. Nou ja, behalve slakken plukken dan. We hebben er ontzettend veel, dat is minder leuk.’ Als er een keer een grote klus moet worden aangepakt, zoals het ophogen van een deel van de tuin,doen ze dat met z’n allen. Ook het zware snoeiwerk doet de groep samen. ‘We leren ook veel van elkaar, wisselen handigheidjes uit en nieuw ontdekte planten.’ Grappig genoeg zien de buren elkaar in de winter zelden, maar zodra er weer iets begint te bloeien, lopen ze allemaal de tuin in. ‘Om aan de slag te gaan, en om samen koffie te drinken natuurlijk. Of wijn, als het avond wordt. Af en toe eten we samen en dan is er natuurlijk niets lekkerder dan groente uit onze eigen groentebedden.’

gezamenlijke tuin

Gewoon buiten zijn

Elke dag nog genieten de vier buren van de vrijheid die de grote tuin hun geeft. Saskia: ‘Je hebt zoveel meer tuin op deze manier. Er is wel eens geopperd om schuttingen neer te zetten, zodat iedereen zijn eigen stuk heeft, maar dat voorstelheeft het niet gehaald. Het is juist zo heerlijk om dwars door de tuin naar de achterste hoek te lopen, om iets uit de schuur te pakken. Ik heb het hele jaar dat geweldige uitzicht op de tuin. Het eerste dat ik zie als ik ‘s morgens de gordijnen opentrek is groen. Er zitten zo veel voordelen. In de zomer buiten eten is verrukkelijk en ik vind het elk voorjaar weer leuk om de eerste groentebedden in te zaaien. Van de wisseling van seizoenen, vlak onder m’n neus, kan ik nog steeds ontzettend blij worden. Tuinieren is pure ontspanning. Dat je buiten bent. Dat je iets moois maakt. Je bent iets aan het doen, maar je hoeft er niet echt over na te denken. Het klinkt misschien gek, maar dat is bijna meditatief.’

gezamenlijke tuin

Kijkje in de tuin

Omdat ze zo trots zijn op hun mooie tuin, stellen de bewoners hem twee keer per jaar open voor iedereen die wil komen kijken. Dit  jaar is dat op vrijdag 19 en 26 juni van 10.00 – 17.00 uur.  Adres: Johannapark 1, Amsterdam. Neem het poortje naast Overtoom 353. Meer informatie over de Open Tuinen Dagen in Amsterdam en de prachtige historische tuinen die Saskia onderhoudt, vind je op saskia-albrecht.nl en opentuinendagen.nl

Fotografie: Bergamote Presse. Tekst: Petra Vollinga