Maart tuinklusjes zijn vooral gericht op het opfrissen van de tuin. Daarnaast is het in maart de hoogte tijd om wintergroene planten te verwennen en je tuingrond te verbeteren. En: waarop moet je letten als je een roos koopt en plant.

• Twee maarttuinklusjes met een direct opfris-effect:
1. Knip verdorde stengels van vaste planten af. Versnipper ze en strooi ze terug als mulch in de borders.
2. Draai het loof van uitgebloeide narcissen en andere bollen in een knotje. Dan kun je er makkelijk omheen planten of maaien, terwijl het loof de tijd krijgt om af te sterven.

maarttuinklusjes, narcissen op een rij

• Wintergroene planten kunnen nu wel wat mest gebruiken.

• Een van die maarttuinklusjes waarvoor iedereen wel te porren is: als je vergeten bent bollen te poten, koop je nu bloeiende bollen in potten en plant ze in de tuin waar je kleur wilt hebben.

• Is de grond nog bevroren? Schoffel de borders en je bent snel van het onkruid af.

maarttuinklusjes, emmertje, gereedschap, handschoenen, schepje en plant in aarde

• Maart is de laatste maand waarin je een haag met blote wortels kunt planten.

• Strooi kalk over het gazon om mosgroei tegen te gaan.

• Houd de grond rond de fruitbomen vrij van onkruid en bedek met mulch (hakselhout). Met een schone, zwart gehouden boomspiegel hebben fruitbomen minder last van schimmels en veldmuizen.

• Snoei struikrozen tot op tien á vijftien cm boven de grond.

maarttuinklusjes, roze roos

Eindelijk die langgewenste roos kopen en planten. Hier moet je op letten:
– Een roos bestaat meestal uit twee planten: een sterke, winterharde wortel en een bloeiende geënt op die wortel.
– Koop een plant met een goede vertakking en veel stevige wortels.
– Een toproos (grootbloemig of theeroos) heeft drie of meer verse, verticaal groeiende takken die minstens 45 cm lang zijn en ca. 3-4 cm dik.
– Plant hem op een plaats waar minimaal zes uur per dag de zon schijnt.
– Zorg dat er voldoende luchtcirculatie is (nooit direct tegen een schutting aan).
– Als je een roos in pot koopt: graaf een gat dat net zo diep is en twee maal zo breed als de pot.
– Spreid de wortels uit in het plantgat, vul de aarde aan met potgrond (goede start!) en geef flink water.
– Bescherm de entplek tegen vorst door er een hoopje aarde op te leggen.
– Geef geregeld (rozen)mest.

marttuinklusjes, met de schep in de aarde, rode laarzen met witte sterren

Tijd om je tuingrond te verbeteren. Maar wat is goede tuingrond nu eigenlijk en op welke tuingrond tuinier je?
– Goede tuingrond is vruchtbaar: neemt water en voeding makkelijk op, voert overtollig regenwater goed af en zit vol bodemleven. Als je het in de hand neemt, is het kruimelig en donker van kleur. Er zijn verschillende grondsoorten: klei, zand en veen. Elke grondsoort heeft zijn eigen kenmerken. Daar kun je achter komen met een simpel bodemtestje, verkrijgbaar bij elk tuincentrum.
– Kleigrond: dichte structuur. Gevolg: slechte beluchting en de grond houdt te veel water was. Oplossing: spit er zand doorheen (2 spaden diep) en verwerk elk voorjaar compost door de bovenlaag. Laat in het najaar de plantenresten liggen (compost!).
– Zandgrond: losse structuur. Gevolg: voedingsstoffen en water spoelen snel uit (droge, voedselarme grond). Oplossing: strooi begin van het jaar kalk, dat verbetert de structuur van de grond en gaat verzuring tegen. Verwerk in maart/april een flinke laag compost door de bovenlaag. Bij heel schrale grond kun je daar organische mest aan toevoegen. Herhaal dit elk jaar.
– Veengrond: gelaagde structuur (door opeenstapeling van veel onverteerde plantenresten). Gevolg: natte, zure grond. Oplossing: zorg voor een goede drainage zodat het overtollige water kan weglopen. Strooi kalk om de zuurgraad te verlagen en breng er in het voorjaar een laag compost op aan zodat de grond verbetert.

Fotografie: iStockphoto